Nieuwsbrief Augustus 2010
Kinderen in conflictgebieden zijn ook kinderen.
Geen enkel land ter wereld kan zich vrij verklaren van geweld tegen kinderen. Kinderen zijn gemakkelijke slachtoffers en sterk manipuleerbaar. Voornamelijk de kinderen die geboren worden en opgroeien in conflictgebieden vallen ten prooi aan de wreedste schendingen van hun rechten.
Volgens cijfers van de VN, zouden meer dan duizend miljoen kinderen zich in conflictgebieden bevinden. 300 miljoen hiervan zijn jonger dan 5 en meer dan 18 miljoen zijn vluchten of intern ontheemd. De gevolgen van het conflict op hun prille levens zijn verschrikkelijk. Ze leven in erbarmelijke omstandigheden, hebben amper toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en elke kans op een waardig bestaan en toekomst wordt hen ontnomen.
Het geweld tegen de kleinsten van de maatschappij doet zich voor onder verschillende vormen en de oorzaken kunnen heel verschillend zijn. Kinderen reeds vanaf 6 jaar worden opgeleid tot soldaten. Anderen moeten hun huis achterlaten, zien hun ouders sterven en ondergaan fysiek, emotioneel en seksueel misbruik. Deze kinderen lopen trauma’s op die ze voor de rest van hun leven met zich mee moeten dragen.
Kindsoldaten
Het aantal kindsoldaten is de laatste jaren toegenomen. De jongsten
onder hen zouden nog maar 6 jaar zijn. Zij worden opgeleid om
andere mensen, zelfs hun eigen familie en vrienden, te doden en
andere gruwelmisdaden te plegen. Ze krijgen drugs toegediend om
geen honger, dorst, vermoeidheid en schuld te voelen.
Sommige kinderen kiezen er vrijwillig voor om bij een gewapende groepering te gaan. Hierbij kan je je natuurlijk afvragen hoe vrijwillig dit wel is. Een kind in een gezonde en stabiele omgeving zou er niet zo snel voor dit leven kiezen. Wraakgevoelens, armoede, honger, gebrek aan toekomstperspectieven, inter-familiaal geweld, seksueel misbruik en andere schendingen van hun rechten, motiveren kinderen om zich toch te wagen aan een leven vol onzekerheid, geweld en ontberingen. Gewapende groepen hebben een sterke aantrekkingskracht op deze kwetsbare jongeren die verleid worden door de mythe omtrent de macht en het gezag van een wapen en het onsterfelijkheidsgevoel van de strijders.
Maar de gewapende groepen maken zich ook schuldig aan het ontvoeren van kinderen. Deze worden onder doodsbedreiging – van zichzelf en/of hun familie – verplicht om mee te doen aan moorden, verkrachtingen, plunderingen en slachtpartijen.
De reden waarom gewapende groepering graag kinderen gebruiken is omdat ze makkelijk te manipuleren zijn en minder kosten dan volwassenen. Ze worden ingezet om het terrein te verkennen en in de frontlinie omdat ze makkelijker te vervangen zijn en de investering minder hoog ligt. Meisjes worden bovendien ook gebruikt als seksslavinnen. Deze perverse logica heeft reeds het leven gekost aan miljoenen kinderen.
Vluchtelingen en intern
ontheemde kinderen
Minder gekend, maar daarom niet minder ernstig is de problematiek
van de vluchtelingen en intern ontheemde kinderen. Deze kinderen
hebben – met of zonder hun familie – hun huis en hun land moeten
achterlaten onder druk van het geweld. Vaak hebben ze er lange en
onveilige reizen opzitten. Sommigen zijn hun ouders onderweg
verloren.
Deze kinderen zoeken soms hun toevlucht in andere landen. Dit zijn de zogenaamde vluchtelingenkinderen. Ze worden meestal geconfronteerd met een nieuwe taal en andere gewoontes. Een nieuw leven opbouwen is niet gemakkelijk. Doorgaans hebben ze een leerachterstand. Hun ouders of voogden vinden moeilijk werk waardoor ze opnieuw in de armoede belanden. Bovendien worden ze vaak geconfronteerd met discriminatie en racisme. De ontvangende maatschappij is meestal niet voorbereid om deze personen op een gepaste manier op te vangen.
De kinderen die zich binnen hun eigen land moeten verplaatsen hebben het niet makkelijker. Afhankelijk van het land en de intensiteit van het conflict, komen zij in kampen terecht of in grootsteden. Ook deze kinderen zijn uiterst kwetsbaar en lopen dezelfde risico’s, o.a. geen toegang tot onderwijs, meer geweld, psychologische en fysieke gevolgen, discriminatie, etc. Ze hebben ook niet altijd identificatiepapieren waardoor hen hun recht op staatshulp en bijstand ontkent kan worden. Omwille van hun kritieke situatie, zijn zij ook gemakkelijk te rekruteren door de gewapende groepen.
Antipersoonsmijnen,
ongeëxplodeerde en clustermunitie
Het gebruik van antipersoonsmijnen, ongeëxplodeerde en
clustermunitie heeft tijdens 2008, 1184 slachtoffers gemaakt. Ter
vergelijking, dit betekent 41% van de burgerslachtoffers en 28% van
het totaal aantal slachtoffers. Deze cijfers zijn echter onderschat
omdat vele minderjarige slachtoffers niet geregistreerd werden.
Door hun natuurlijke nieuwsgierigheid, voelen kinderen zich sneller aangetrokken door onbekende voorwerpen waarin antipersoonsmijnen verborgen kunnen zijn. De mijnen kunnen ook verstopt worden in speelgoed (poppen, ballen, auto’s, etc) of lege flesjes frisdrank. De antipersoonsmijnen, ongeëxplodeerde en clustermunitie bevatten ook metalen die door kinderen (voornamelijk jongens) verkocht worden, waardoor ze dus ook een verhoogd risico lopen op ontploffing.
De aanwezigheid van deze wapens beperkt ook de mobiliteit van de kinderen. De kinderen moeten hun verplaatsingen te beperken tot de “veilige” terreinen. Dit wil zeggen dat ze vaak niet meer naar school kunnen en hun dagelijkse activiteiten – werk op de velden, jagen, vrijetijdsactiviteiten, sport, etc. – moeten stopzetten, evenals hun ouders. Hierdoor komt het gezinsinkomen en de voedselzekerheid in gevaar komen.
Meisjes in
conflictgebieden
Meisjes in conflictgebieden zijn extra kwetsbaar. Verkrachtingen en
ander seksueel geweld wordt steeds meer ingezet als oorlogswapen.
Bovenop de psychologische trauma’s, lopen de slachtoffers ook
veelal seksueel overdraagbare ziektes, ongewenste zwangerschappen,
abortus en andere fysieke aandoeningen op.
Meisjes in gewapende groepen krijgen dezelfde taken, straffen en ontberingen opgelegd als hun mannelijke lotgenoten, maar worden vaak door hun oversten uitgeleend als sekslavinnen en moeten ook nog eens de huishoudelijke taken op zich nemen. Paradoxaal, is de aansluiting bij gewapende groepen voor sommige meisjes een manier om seksueel geweld thuis of ander gendergebaseerde discriminatie te ontkomen.
Ontwapening, demobilisatie en re-integratieprogramma’s en opvang van straat- en ontheemde kinderen zijn moeilijker toegankelijk voor meisjes en er wordt te weinig aandacht besteed aan de specifieke noden van deze groep. Het re-integratieproces van meisjes (ongeacht wat hun rol is geweest tijdens het conflict) verloopt moeizamer en trager. Voornamelijk meisjes die verkracht of verminkt zijn en die terugkeren met kinderen, worden moeilijk opnieuw aanvaard door hun omgeving.
De gevolgen van het
conflict op het leven van een kind
Het geweld tegen kinderen in conflictzones is multidimensioneel.
Het kan zich op vele verschillende manieren en in verschillende
gradaties manifesteren. In dit artikel is enkel een kleine
voorstelling gemaakt van de voornaamste problemen. Maar voor alle
gevallen geldt dat de gevolgen voor het kind en zijn of haar gezin
verschrikkelijk zijn. Families vallen uit elkaar en het
traditionele sociaal opvangnetwerk verdwijnt. Ouders reageren hun
frustraties en woede uit op de meest kwetsbaren, de kinderen.
Andere kinderen verliezen hun ouders. De meeste slachtoffers – jong
en oud – verzeilen in de armoede. De verwoestingen en de grote
investeringen in de oorlog verzwakken de overheden. Hun capaciteit
om de kinderen op te vangen en te beschermen is zwak en de kinderen
worden aan hun lot overgelaten.
Er bestaat geen eenduidige en onmiddellijke oplossing voor deze situatie. Hoewel er veel wetten en regels opgesteld zijn over de rechten van het kind, is het in de praktijk heel moeilijk gebleken dit ook daadwerkelijk toe te passen. Daarom strijdt het VIC ervoor om zijn programma’s uit te voeren in samenwerking met lokale partners en aangepast aan de lokale situatie en cultuur. De participatie van de kinderen zelf in het ontwerp en de uitvoering van de projecten is fundamenteel. Elk kind is anders, dus moet ook onze werking zo veel mogelijk afgestemd worden op elk individueel kind. Een meisje dat bij de milities zat in Congo, seksueel mishandeld werd en kinderen heeft vereist een andere aanpak dan werken met een straatjongen uit Rio de Janeiro. Toch hebben al onze programma’s eenzelfde doelstelling, nl. dat ook de rechten van deze kwetsbare kinderen die opgroeien in conflictgebieden erkend en gerespecteerd worden opdat hun levenskwaliteit verbetert.
Momenteel werken wij in Burundi, RD Congo, de Filippijnen, India en Brazilië. Wij steunen verder nog projecten in Colombia en Marokko. Voor meer informatie over onze werking, kan u onze website raadplegen of ons kantoor in Brussel contacteren.
Getuigenis van een stagaire
"The gang" als surrogaat familie
Na mijn opleiding criminologie koos ik voor het ‘post-graduaat Noord-Zuid’ aan de KATHO in Kortrijk. Als gevolg van deze opleiding ging ik met VIC op stage naar de Filipijnen, in één van de partnerprojecten, namelijk FREELAVA. Dit is de afkorting van Free Rehabilitation, Economic, Education and Legal Assitance Volunteers Association. Dit wil zeggen dat FREELAVA niet enkel werkt rond mensen- en kinderrechten, rechtvaardigheid en vrede, maar ook rond ontwikkeling, empowerment en armoedereductie. Ik werkte binnen FREELAVA mee aan het project van VIC “Facilitating Justice and Welfare To Children in Conflict with the Law Through Advocacy, Capacity and Institution Building Programs”. Er wordt hierbij gewerkt rond ‘afwending’ of alternatieve straffen in de gemeenschap voor kinderen in conflict met de wet aan de hand van preventie, gratis rechtsbijstand en rehabilitatieprogramma’s, hiervoor wordt er heel nauw samengewerkt met de lokale overheden in de verschillende barangays (wijken) in Cebu City.
Doorheen deze ervaring en het contact met jongeren in conflict met de wet werd alsmaar meer duidelijk dat ‘gangs’ in de Filipijnen wel degelijk een groot probleem vormen in het land, een belangrijke factor waar vele NGO’s die werken met kinderen moeten mee rekening houden in hun werking.
Toen na de oorlog in 1940 verschillende Filippijnse militairen en verpleegsters zich in de VS vestigden ontstonden enkele jaren nadien verschillende ‘Filippino gangs’. De voornaamste Filippijns- Amerikaanse bendes zijn Crips en Bloods. Spijtig genoeg is dit fenomeen en zijn dezelfde bendes ook overgewaaid naar Filippijnse bodem. Op dit moment terroriseren verschillende bendes de straten in Manilla, Cebu en heel wat andere grootsteden in de Filippijnen. Dagelijks vermelden de kranten bendemoorden.
Waarom sluiten jongeren aan bij een bende? Deskundigen zijn ervan overtuigd dat verschillende redenen hiervan aan de oorzaak liggen, waaronder sociale (vb. armoede), psychologische (vb. risicogedrag) en familiale factoren (vb. spanningen binnen de familie). Hoewel we zeker niet ontkennen dat er meestal een verwevenheid bestaat tussen de verschillende oorzaken, wil ik hier vooral de aandacht vestigen op de familiale factoren, want in de Filippijnse cultuur staat de familie centraal. Dit blijkt ook uit de volgende uitspraak van ex- president Aquino in 2002:
Much of our national traits – both
good and bad – spring from our sense
of family. On the negative side, this
has tended to breed nepotism, overdependence
and parochialism, stunting
the growth of a dynamic, entrepreneurial
culture. On the positive side,
this strong sense of family has made
us rather sensitive – what we might call
a “feeling” (more than a “thinking)
people. When pulling together, we can
be a caring, hospitable, closely-knit
community founded on a strong sense
of kinship
Door gesprekken met collega’s en het praten met ex-bendeleden werd ook al vlug duidelijk dat familiale factoren een grote rol spelen bij het motief om toe te treden tot een gang. Maar wat gebeurt er als Filippijnse jongeren niet kunnen rekenen op de economische en sociale steun van de familie? De term ‘gang’ brengt voor velen beelden naar boven van geweld, druggebruik en –verkoop, hoewel bendes ook andere doelen nastreven. Bendes kunnen jongeren voorzien van een gevoel dat ze ergens bijhoren, een identiteit, sociale ondersteuning en solidariteit. Bendejongeren vergelijken hun bende meestal met een familie. Hoe vervangt een gang de functie van de uitgebreide familie? Een bende betekent trots, loyaliteit, vrienden, waardering en vertrouwen, maar ook structuur en regels. Ze vormen een alternatief voor traditionele familiestructuren. Om een bende goed te laten werken, moeten ze de ideale familie nabootsen. Dit is de makkelijkste manier om tieners en kinderen te verleiden en welkom te doen voelen in iets die crimineel is. De cultuur binnen een gang is dus familiaal.
Ouders spelen de belangrijkste rol in het leven van kinderen. Ze spelen een integrale rol bij het voorkomen dat hun kinderen betrokken raken in criminele activiteiten en spelen dus een kritieke rol wat criminaliteitspreventie betreft, zeker bij de meest kwetsbare kinderen. Kinderen, wiens ouders tijd vrijmaken, hun naar school zenden, hun discipline bijbrengen en goed advies geven, hebben een grotere kans op een beter leven. Spijtig genoeg zijn er heel wat ouders niet in staat om hun kinderen door het leven te gidsen en hun aandacht te geven. Sommige kinderen zijn dan ook voorbestemd om in een gang terecht te komen. Zeker Filipijnse jongeren omdat net hier het ‘aspect’ familie centraal staat en omwille van de persoonlijke, familiale en sociale omstandigheden die hen er toe aanzetten. Terwijl de ouders op zoek gaan naar werk worden de kinderen achtergelaten zonder ouderlijke ondersteuning, waardoor ze opgroeien zonder autoriteit. Hierdoor leren ze zichzelf vroeg uit de nood te helpen. Maar de afwezigheid van leiding brengt kinderen er ook toe om aandacht bij ‘peers’ of vrienden te zoeken. In de bende gaan ze op zoek naar wat ze thuis niet kunnen krijgen. Ze gaan op zoek naar aanvaarding, liefde, gezelschap, leiderschap, aanmoediging, herkenning, respect, rolmodellen, regels, veiligheid, structuur, zelfvertrouwen en het gevoel ergens thuis te horen. Wanneer aan al deze psychologische noden wordt tegemoetgekomen in de familie zijn de resultaten positief, zo niet is er een grote kans dat jongeren hiernaar op zoek gaan in een bende. Dit is zeker zo voor kinderen die kwetsbaarder zijn.
En daarom net vind ik het project van VIC binnen FREELAVA zo interessant. Kinderen in conflict met de wet worden zoveel mogelijk begeleid binnen de gemeenschap en ouders worden gewezen op hun familiale rollen en verplichtingen. In tegenstelling tot een gevangenis verwateren hierdoor de banden met de familie minder en wordt de jongere beter geïntegreerd in de gemeenschap. Hoe meer binding met de gemeenschap en de familie hoe makkelijker kinderen zich kunnen houden aan de maatschappelijke regels.
Korte nieuwsberichten
Mano Mundo (8-9 mei)
Het standje van VIC en CBB op het Mano Mundo festival was een groot succes. Het hele weekend lang maakten kinderen schilderijtjes voor hun leeftijdsgenootjes in het Zuiden, werden hun gezichten geschminkt en werden er vriendschapsbandjes gemaakt.
Ondertussen werden er van een selectie tekeningen postkaartjes
gemaakt en werden de schilderijen naar onze projecten in het Zuiden
gestuurd. De foto’s kan je binnenkort bekijken op de website.
Personeelswissels
Eind juni beëindigde Hannelore Delcour haar tijdelijke opdracht bij het VIC. Zij heeft ons enorm geholpen bij het opstellen van het volgende driejarenprogramma. Dank je wel, Hannelore.
Ook in juni is Edward Diericx bij ons aan de slag gegaan als financieel manager. In augustus hernam Marleen Van Audenhove haar administratieve taken na haar zwangerschapsverlof. In september begint ook Lucy Schalkwijk aan haar opdracht als de nieuwe programmafacilitator voor de Regio Grote Meren.
